Wat is de kleurencirkel?
De kleurencirkel is een schema dat de kleuren rond een cirkel plaatst. Kleuren die naast elkaar liggen lijken op elkaar. Kleuren die tegenover elkaar liggen verschillen het meest.
Isaac Newton tekende in de 17e eeuw een van de eerste versies. Sindsdien gebruiken kunstenaars en ontwerpers hem om kleuren te begrijpen en te combineren. Ook de kleurencirkel van Johannes Itten, van het Bauhaus, is heel bekend.
Er zijn twee hoofdmodellen: het traditionele model uit de schilderkunst en het digitale model voor schermen.
Traditioneel RYB-model (schilderen)
Dit is het model dat je op school leert. Het heet RYB, naar de Engelse woorden voor rood, geel en blauw.
- Primaire kleuren: rood, geel en blauw. Die kun je niet mengen uit andere kleuren.
- Secundaire kleuren: oranje (rood + geel), groen (geel + blauw) en paars (blauw + rood).
- Tertiaire kleuren: een mengsel van een primaire kleur en een secundaire kleur ernaast. Dat zijn roodoranje, geeloranje, geelgroen, blauwgroen, blauwpaars en roodpaars.
In totaal heeft de traditionele kleurencirkel 12 kleuren. Hij helpt bij schilderen, illustreren en het begrijpen van harmonieën.
Digitaal RGB-model (schermen)
Schermen maken kleur met licht. Ze mengen drie lichtkleuren: rood, groen en blauw. Daarom heet het model RGB.
- Primaire kleuren: rood, groen en blauw.
- Secundaire kleuren: geel (rood + groen), cyaan (groen + blauw) en magenta (blauw + rood).
- Alle drie de lichtkleuren op volle sterkte geven wit. Zonder licht krijg je zwart.
HEX-codes zoals #FF0000 beschrijven RGB-kleuren. Daarom zijn ze de standaard in web- en appdesign.
Voor drukwerk bestaat een ander model, CMYK: cyaan, magenta, geel en zwart. Daarmee werken drukkerijen.
In de praktijk werken harmonieën in beide modellen ongeveer hetzelfde. Wat verandert, is welke kleur tegenover een andere ligt. In het RYB-model is groen bijvoorbeeld de complementaire kleur van rood, in het RGB-model is dat cyaan.
Warme en koude kleuren
Als je de kleurencirkel in twee helften verdeelt, krijg je twee groepen:
- Warm: rood, oranje en geel. Ze voelen energiek, dichtbij en levendig. Ze lijken naar de kijker toe te komen.
- Koud: groen, blauw en paars. Ze voelen rustig, afstandelijk en geordend. Ze lijken naar achteren te wijken.
Ook binnen één kleur is er temperatuur. Sommige roodtinten zijn koeler, met een blauwige zweem, en sommige grijstinten warmer, met een vleugje bruin.
Een handige truc: gebruik koude kleuren voor achtergronden en grote vlakken, en warme kleuren voor wat moet opvallen.
Kleurharmonieën
Harmonieën zijn combinaties die volgen uit de plaats van de kleuren in de kleurencirkel. Ze zijn een snelle weg naar evenwichtige kleurenpaletten. Je kunt ze uitproberen met onze tool voor kleurharmonieën.
Complementair
Twee kleuren die tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel. Bijvoorbeeld blauw en oranje.
Ze geven het grootste contrast. Daarmee laat je een knop, een prijs of een kop eruit springen.
Zo gebruik je ze: gebruik ze niet in gelijke delen. Kies er één als dominante kleur en gebruik de andere als accent. Vermijd tekst in de ene kleur op de verzadigde complementaire kleur, want dat flikkert en vermoeit de ogen.
Analoog
Drie kleuren die naast elkaar liggen in de kleurencirkel. Bijvoorbeeld geel, geeloranje en oranje.
Ze geven rustige, natuurlijke combinaties. In de natuur zie je ze steeds, zoals bij een zonsondergang of in het bos.
Zo gebruik je ze: kies een hoofdkleur en een secundaire kleur, en gebruik de derde voor details. Voeg een neutrale kleur toe, zodat het contrast niet verloren gaat.
Triade
Drie kleuren op gelijke afstand in de kleurencirkel, die samen een driehoek vormen. Bijvoorbeeld rood, geel en blauw.
Ze geven levendige, evenwichtige kleurenpaletten. Ze zijn populair in ontwerpen voor kinderen, games en vrolijke merken.
Zo gebruik je ze: laat één kleur domineren en gebruik de andere twee spaarzamer. Is het te fel, verlaag dan de verzadiging van een of twee kleuren.
Gesplitst complementair
Je neemt een kleur en in plaats van de exacte tegenkleur de twee buren van die tegenkleur. Bijvoorbeeld blauw met roodoranje en geeloranje.
Dat geeft veel contrast, maar minder spanning dan een complementair paar. Een goede plek om te beginnen.
Zo gebruik je het: de basiskleur bedekt het grootste deel van het ontwerp. De andere twee dienen als accent.
Tetrade
Vier kleuren die in de kleurencirkel een rechthoek of vierkant vormen. Dat zijn twee complementaire paren. Bijvoorbeeld blauw, oranje, groen en rood.
Het is de rijkste harmonie, maar ook de moeilijkste.
Zo gebruik je het: één dominante kleur, één secundaire kleur en twee accenten. Meng warme en koude tinten met beleid en leun op neutrale kleuren.
Monochroom
Eén kleur in verschillende niveaus van lichtheid en verzadiging. Bijvoorbeeld verschillende blauwtinten.
Het oogt elegant en samenhangend en is makkelijk toe te passen. Je ziet het veel op bedrijfswebsites en in interfaces.
Zo gebruik je het: de donkerste tint voor tekst, de middelste voor belangrijke elementen en de lichte voor achtergronden. Wil je iets laten opvallen, voeg dan één accentkleur toe.
Tips voor de kleurencirkel
- Begin met een harmonie en pas die daarna aan. Je hoeft haar niet letterlijk te volgen.
- Pas lichtheid en verzadiging aan om felle combinaties te temperen.
- Voeg altijd neutrale kleuren toe: wit, zwart, grijs of beige.
- Zorg dat tekst op elke achtergrond goed leesbaar is.